
WILLEMSTAD - Voor veel mensen betekent motorsport op Curaçao maar één ding: overlast. Geluidsoverlast, gevaar, chaos. Maar dat beeld is niet alleen onvolledig, het zegt misschien meer over wie kijkt, dan over wat er werkelijk gebeurt.
Door | Tittel del Mar
Voor mij begon het anders. Als kind was dat geluid er vaak, ergens op de achtergrond van onze avonden. Het geluid van brommers in de verte, gedragen door de wind. Zo noemen wij motorfietsen hier, brommers. Niet storend, niet bedreigend. Gewoon… aanwezig. Zoals insecten. Zoals de zee. Het hoorde bij het eiland. Pas veel later besefte ik dat datzelfde geluid voor anderen iets totaal anders betekent.
Het geluid
Op het circuit zelf is er niets aan toeval overgelaten. Wat van buitenaf als chaos kan klinken, is in werkelijkheid tot in detail georganiseerd. Bijna ritualistisch. Wie dichterbij komt, ziet structuur. Voor elke run bouwt de spanning zich op. Auto’s, dragsters en motorfietsen lijnen zich uit, motoren draaien zwaar stationair, mensen houden hun adem in… En dan, in een fractie van een seconde, start!
Alles gebeurt snel, precies, gecontroleerd en draait om timing, controle en herhaling. Ja, er is risico. Zoals in elke sport, zoals in elke omgeving waar mensen grenzen opzoeken, draait het ook hier om discipline. Wat luid is, is niet per definitie ongeorganiseerd. Dit is structuur.
Fieveren: overlast of betekenis?
Tegelijkertijd beperkt motorsport op Curaçao zich niet tot het circuit. Het beweegt zich ook door de woonwijken en publieke ruimte. Soms zichtbaar, zoals op de zondagmiddag bij familiegerichte evenementen waar hele families samenkomen bij drift-events. En soms spontaan, ’s avonds laat. Op straat, wanneer brommers samenkomen, het verkeer vertraagt en even wijkt voor iets anders. Dat kan schuren.
Of tijdens rouw, wanneer iemand uit de community overlijdt en de stoet langs betekenisvolle plekken rijdt, het huis, de werkplaats, soms zelfs het circuit. Soms wordt er dan aan het einde “gefieverd”. Banden die spinnen, motoren die loeien, en de geur van gebrande rubber in de lucht. Illegaal, ja. Maar ook een vorm van afscheid nemen. Van liefde. Van collectieve verwerking.
Voor buitenstaanders is dat moeilijk te begrijpen. De vraag die vaak gesteld wordt is simpel: waarom? Waarom niet gewoon stil rouwen? Waarom niet ergens anders heen? Maar die vraag gaat uit van een misverstand. Want dit gaat niet alleen over vrije tijd. Dit gaat over cultuur.
Die spanning werd voor mij pas echt zichtbaar toen ik begon te luisteren naar hoe anderen erover spraken. Vooral online, maar ook in gesprekken daarbuiten. Termen als “geluidsoverlast” en “asociaal gedrag” kwamen steeds terug.
Wanneer het geluid een probleem wordt
In november 2025 plaatste ik daarom oproepen in verschillende Curaçaose Facebookgroepen. Facebook is namelijk het platform op Curaçao, waar meer dan de helft van het eiland actief is. De bedoeling hiervan was simpel, ervaringen verzamelen van mensen die zich storen aan motorsportgerelateerd geluid. De berichten zijn nog steeds openbaar toegankelijk en wat volgde, was geen eenduidig verhaal.
Een deel van de reacties was genuanceerd en praktisch van aard. Mensen spraken over praktische problemen: kinderen die niet veilig buiten kunnen spelen, drukte in woonwijken, vermoeidheid. “Ik heb niets tegen de sport,” vertelde een moeder (Zimmerman, 36), “maar niet in mijn straat als dat betekent dat mijn kinderen niet veilig kunnen fietsen.” Hier ging het niet om afwijzing van motorsport zelf, maar om vragen rondom ruimte en infrastructuur: waar kan dit wel, en onder welke voorwaarden?
Andere reacties waren harder en minder gericht op oplossingen. In sommige gevallen, vaak afkomstig van immigranten, sloeg frustratie om in afwijzing. Suggesties om olie of zeep op de weg te gooien zodat motorrijders zouden slippen. Opmerkingen dat ze “verdienen wat hen overkomt.”. Een oudere Nederlandse vrouw (woont nu ondertussen meer dan tien jaar op het eiland) vertelde mij in een één-op-één interview dat ze denkt: van mij mag je ter plette vallen, wanneer iemand een wheelie maakt voor haar auto. Zulke uitspraken gaan verder dan overlast; ze raken aan de vraag wie hier ruimte mag innemen.
Opvallend is dat deze percepties niet volledig overeenkomen met de beschikbare cijfers. Verschillende mensen noemen vooral dat het motoren-gedrag gevaarlijk is voor het verkeer en tot ongelukken leidt. Maar de verkeersdata van Forensys en het Ministerie van VVRP laten zien dat de meeste ongelukken op Curaçao te maken hebben met algemeen rijgedrag, zoals onoplettendheid, en niet specifiek met motorsportactiviteiten. Brommers en scooters vormen slechts een klein percentage van de geregistreerde incidenten: ongeveer 5%. Dat betekent niet dat er geen probleem is, maar wél dat het probleem breder en complexer is dan vaak wordt aangenomen.
Om die complexiteit beter te begrijpen, is het belangrijk te kijken naar hoe ruimte op het eiland wordt gebruikt en beheerd. Terence Ching, die al meer dan twintig jaar verantwoordelijk is voor het beheer van de meer dan dertig publieke parken op Curaçao, kijkt vanuit die praktijk naar motorsport. In zijn werk ziet hij dagelijks hoe verschillende vormen van gebruik (recreatie, informele economie, samenkomst) zich tot elkaar verhouden in een context waar ruimte beperkt en niet altijd formeel ingericht is.
Volgens hem gaat het daarom niet alleen om overlast, maar om perspectief. “Is motorsport echt een verstoring,” vraagt hij, “of word jij verstoord?” Hij plaatst het fenomeen in een bredere realiteit waarin activiteiten ontstaan en blijven bestaan omdat ze ergens een functie vervullen, ook wanneer daar geen officiële infrastructuur voor is. Hij vergelijkt het met andere systemen die op Curaçao zijn ontstaan zonder formele ondersteuning: ze bestaan omdat ze in een behoefte voorzien.
Ook voormalig politiewoordvoerder Imro Zwerwer wijst op die structurele dimensie. Volgens hem zijn de meeste incidenten rondom motorsport niet gewelddadig, maar verstorend van aard, zoals geluidsoverlast en verkeershinder. Handhaving alleen is volgens hem onvoldoende; zonder ruimte, organisatie en duidelijke kaders blijft het probleem zich verplaatsen in plaats van oplossen.
De kern van het conflict ligt dus niet alleen in geluid, maar in de vraag: wie krijgt er ruimte, en onder welke voorwaarden?
Een cultuur zonder archief
Toen ik vervolgens probeerde de geschiedenis van motorsport op Curaçao terug te vinden in officiële archieven, werd een ander probleem zichtbaar. Ik zocht in de openbare bibliotheek, het Nationaal Archief en andere toegankelijke bronnen die geacht worden cultureel erfgoed te bewaren.
Daar bleek nauwelijks sprake van een consistente of toegankelijke documentatie. Met uitzondering van enkele losse krantenartikelen, voornamelijk via een Nederlands platform, en gefragmenteerde verwijzingen naar onder andere de Grand Prix van 1985, ontbrak het aan samenhang.
Voor een cultuur die al meer dan vijftig jaar zichtbaar en hoorbaar aanwezig is, blijft dat opvallend. Niet alleen is er weinig vastgelegd, het bestaande materiaal is vaak niet beschikbaar in eigen taal en moeilijk toegankelijk voor het bredere publiek. Ook in gesprekken met medewerkers binnen deze instellingen kwam die leemte naar voren: er is bewustzijn, maar weinig concreet materiaal.
Wat wel bestaat bevindt zich grotendeels buiten instituties. In online platforms zoals The Chronicles of Boost (TCOB), in persoonlijke verzamelingen en in het collectieve geheugen van de gemeenschap zelf. In die context kreeg ook mijn eigen werk een andere betekenis. Zonder dat ik het zo had bedoeld had ik jaren aan beeldmateriaal van races, bijeenkomsten en straatcultuur. Wat begon als documentatie, begon steeds meer te lijken op een vorm van archief.
Die afwezigheid van formele vastlegging maakt de discussie over motorsport ook kwetsbaar. Wat niet gedocumenteerd is, wordt sneller gezien als willekeurig of tijdelijk, terwijl het in werkelijkheid diep geworteld kan zijn.
Gemeenschap vraagt ruimte
Dat raakt een bredere vraag over samenleven op Curaçao: gemeenschap is niet frictieloos. Het betekent rekening houden met elkaar, ook wanneer het ongemakkelijk is. Van karnaval tot rouwstoeten en muziek; geluid heeft altijd een rol gespeeld in hoe mensen zich tot elkaar verhouden en hoe aanwezigheid wordt getoond.
Niet alle vormen van dat geluid worden op dezelfde manier gewaardeerd. En juist daar ontstaat spanning. Wat hier speelt gaat daarom niet alleen over geluid, maar ook over hoe cultuur wordt beoordeeld en door wie. Aan Curaçaoënaars die naar het buitenland verhuizen, wordt vaak gevraagd zich aan te passen. Om te integreren; de taal te leren en rekening te houden met de (nieuwe) omgeving. Hier wordt die wederkerigheid niet altijd op dezelfde manier verwacht. Lokale gewoontes worden soms sneller gezien als iets dat moet verdwijnen, in plaats van iets dat begrepen moet worden.
Dat betekent niet dat alles moet kunnen. Er is een brede gedeelde overtuiging, onder bewoners, rijders en instanties, dat er verandering nodig is op het gebied van infrastructuur, veiligheid en organisatie. Vrijheid vraagt verantwoordelijkheid, maar verantwoordelijkheid hoeft niet te betekenen dat cultuur verdwijnt.
Wat staat er op het spel?
Curaçao staat daarmee op een kruispunt. Niet tussen stilte en lawaai, maar tussen onderdrukking en co-existentie. De vraag is niet of het geluid zal verdwijnen, want dat zal het zeker niet. De vraag is of we bereid zijn een samenleving te bouwen waarin verschillende culturen, dus manieren van leven, naast elkaar kunnen bestaan.
Vrijheid is niet stil. Vrijheid is niet altijd netjes of comfortabel. Het is wel iets dat gedeeld moet worden. En misschien is dat precies waar het schuurt: niet in het geluid zelf, maar in de vraag wie bepaalt wat mag blijven bestaan.
Dit verhaal stopt hier niet. Wat hier ontbreekt is geen detail, maar een groter geheel. Lees het volledige verhaal op kontami.substack.com.
Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten



































